Verantwoordelijkheid kerken
Europa in Nederland
Globalisering & Jongeren
Plaatselijke kerken
MVO
40 - dagencampage
> Projecten > Verantwoordelijkheid kerken > Essaywedstrijd > Casus 3

De groene woestijn
een casus over arbeid en zingeving


Door de groeiende vraag naar suikerriet voor de productie van ethanol en plastic komen kleine veehouders in Brazilië voor de vraag te staan, of ze hun traditionele band met prairieland en koeien moeten inruilen voor een leven in dienst van de geïndustrialiseerde suikerrietteelt. Een jonge boer probeert zijn opties te overzien, ook vanuit zijn geloof.  Kan zijn priester hem bijstaan? En hoe kunnen kerken inspelen op de onderliggende globaliseringsprocessen?



Luiz Valente is een trotse, jonge boer. Op de uitgestrekte graslanden van zuidelijk Brazilië verdient hij zijn pao de cada dia, zijn dagelijks brood, zoals zijn vader en grootvader dat ook al deden: met een paar vleeskoeien op enkele tientallen hectares eigen land. Zijn vrouw Inez verbouwt maïs, bonen en paprika's in de moestuin naast hun kleine huis.  Op deze manier komen ze net rond.

 

Er is echter nog een ander perspectief—sinds een week, als Luiz tenminste zijn oren kan geloven.  Hij droomt ervan tijdens het jaarlijkse brandmerken van de nieuwe kalveren, een stinkende klus, die hem altijd licht misselijk maakt. (Maar tegenover Julio, de helpende buurman, houdt hij zich wel stoer.) Luiz droomt van de metamorfose van zijn grond van grasland tot een ‘groene woestijn’ van wuivend suikerriet, deel van Brazilië's nieuwe wereldglorie.

 

Precies een week geleden heeft Luiz onverwachts bezoek gekregen van een vertegenwoordiger van de Sugarsweet Company , de grootste suikerproducent van Brazilië.  De man vertelde hem, dat een aantal minifundios, kleine grondbezitters in de regio, door het bedrijf waren geselecteerd vanwege de uitstekende ligging en kwaliteit van hun land. Sugarsweet zou graag met hen samenwerken om hun land nóg productiever te maken.  Een paar koeien verspreid laten grazen was namelijk niet efficiënt.  Er kon véél meer uit de grond gehaald worden met moderne landbouwtechnieken.  Vooral suikerriet was lucratief.  Niet alleen zou de wereldmarkt voor ethanol voorlopig hard doorgroeien, maar Sugarsweet wilde ook plastic uit suikerriet maken, want Brazilië werd steeds moderner en had veel plastic nodig.  Liefst van eigen bodem. Daar zou Luiz een bijdrage aan kunnen leveren door zijn land aan Sugarsweet te leasen. Zelf zou hij — hij was toch verantwoordelijk en ambitieus — met een goed contract opzichter kunnen worden van de landarbeiders. Verder zou Sugarsweet hem een nieuw huis in het dorp aanbieden, in ruil voor zijn oude en wat vervallen woning, die de sterk geautomatiseerde suikerrietteelt in de weg zou staan.

Luiz legt het brandijzer terug in het vuur, terwijl buurman Julio een volgend kalf vangt.  Het dier rolt angstig met zijn ogen, wat Luiz doet denken aan de ogen van Inez, toen hij haar vertelde over het moderne huis in de groene woestijn.  Ze had heel anders op het aanbod van Sugarsweet gereageerd dan hijzelf.  Hij had verwacht dat ze ook enthousiast zou zijn, maar ze was juist stil geworden.  Geen van zijn argumenten kon haar vertrouwde glimlach terugtoveren.  Uiteindelijk had ze hem alleen maar gesmeekt om met haar neef Antonio te gaan praten, die vier jaar geleden ook op suikerriet was overgestapt. 

 

Zondag was Luiz naar neef Antonio gelift om diens situatie eindelijk eens met eigen ogen te zien.  Al bij het oversteken van de grote rivier had hij het gevoel in een andere wereld te belanden, een onbewoonde, groene planeet, waar hij als een muis door het reuzenriet dwaalde.  Antonio liet hem zijn akkers en zijn huis zien, alles nieuw.  Vooral de glanzende waterkraan in de keuken maakte indruk op Luiz.  Ook Antonio zelf was de oude niet meer.  Hij had een buikje gekregen en zijn overhemd hing deels uit zijn broek.  Veel zei hij eigenlijk niet.  Op het land schopte hij tegen de afbrokkelende rand van een regengeul.  Thuis keek hij herhaaldelijk naar een ingelijst kiekje op de televisie, de laatste foto van zijn kudde.

Toch is de droom van de groene woestijn in Luiz blijven leven.  De vertegenwoordiger van Sugarsweet heeft hem voorgerekend, hoe hij uit de opbrengst van de lease en zijn werk als opzichter elk schooljaar zijn kinderen in nieuwe kleren zou kunnen steken.  In geval van nood zou hij bovendien een dokter kunnen betalen.  En voor Inez zou hij eindelijk een kanten tafelkleed kunnen kopen.  Verder heeft buurman Julio, die eenzelfde aanbod overweegt, hem verteld dat Sugarsweet als degelijk bedrijf bekend stond.  Dat klopte ook wel, vindt Luiz, want ze stuurden een vertegenwoordiger die kwam onderhandelen en geen militie die je van je land joeg, zoals je ook wel eens hoorde.

"En?" vraagt Julio bij het laatste kalf. "Heb je al besloten?  Je weet het: ík ga ervoor.  Dan kan ik je volgend jaar dus niet meer helpen met dit stinkwerk.  Dan rook ik een sigaar en geef ik alleen nog maar orders, há!  Mijn pastor zegt ook dat Gods wil voor mij die kant op wijst.  Ik ben God trouw, dus word ik beloond met een beter leven!"

"Zo gelovig als jij ben ik niet", aarzelt Luiz.  Bij het beeld van sigaar zag hij ook een hangbuik en een slonzig overhemd.  "Ik zal er eens met mijn priester over praten."

Vragen voor reflectie:
1. Wat zegt deze casus over de verantwoordelijkheden en valkuilen van homo economicus?
2. Welke aspecten van economische globalisering illustreert het verhaal van Luiz?
3. Wat voor passende antwoorden kunnen kerken geven op deze ontwikkelingen?
4. Wat zou de priester voor Luiz en Inez kunnen betekenen? 

Informatie:
Grassroots International: informatie over duurzame levensvoorziening
Handboek Arbeid, Zin en Geloof, (DISK, 2006)
Downloads Geloofwaardige Economie: eigen materialen en overige documenten

Downloads van Stichting Oikos over Globalisering en Kerken

Essayvraag voor studenten:
Door snelle ontwikkelingen op wereldmarkten, moeten mensen steeds vaker overstappen op heel andere vormen van werk dan ze gewend zijn.  Kunnen kerken deze trend toejuichen, of moeten ze juist aan de bel trekken?  (maximaal 2.000 woorden)